Tjeerd de Jong

Hannekemaaiers. (12)

Seizoenarbeiders uit Duitsland.

Tjeerd de Jong.

Zwarte kruisen

Hannekemaaiers

De "poepenkrúsen" werden ook wel "Swarte krúsen" genoemd. Waarschijnlijk vanwege de zwarte grond die te-voorschijn kwam. Maar niet alle swarte krúsen werden poepekrúsen. Zo was het ook gebruik om bij andere gebeurtenissen, waarbij een dode te betreuren viel, een kruis in de grond uit te graven. Te denken valt dan aan een dode als gevolg van onweer of bij tramongelukken.

Ook in verhalen uit mondelinge overlevering spelen zwarte kruisen een rol. Zoals het in Walling Dijkstra in "Frieslands Volksleven" opgetekende verhaal "het kruis in den grond":
"In het Oranjewoud wordt ene plaats aangewezen, waar vier boomen in een vierhoek staan op een kleine verhevenheid, zodat tussen de boomen de grond zacht nederhelt en in het midden hol ligt. in deze slechts met gras begroeide holte is een kruis van onbegroeide aarde, ter breedte van ongeveer 2 centimeter, over de geheele plek, maar niet verder dan de boomen staan, en zoo gevormd, dat als men tusschen de boomen staat, men het kruis altijd recht voor zich heeft. Op dit kruis kan geen gras of iets anders groeien; ja, werpt men er iets op, men zal dit kort daarna weer buiten het kruis vinden. Het moet, in één woord, altijd onbedekt blijven. In den ouden tijd stond in het Woud een slot, bewoond door twee broeders, beiden ridders. Beiden waren zij verliefd op een zelfde jonkvrouw, en geen van beide wilde haar den ander afstaan. Het gevolg hiervan was dat de broeders, die elkander zeer genegen waren geweest, doodsvijanden werden. Op zekeren dag was het tusschen hen tot zulke hoge woorden gekomen, dat zij hunne zwaarden trokken en op elkander inliepen met het doel een kort einde aan de zaak te maken. Vechtende kwamen zij buiten het slot en op de plaats waar nog de vier boomen staan. Hier kwam het tot een bloedig einde. De ene broeder viel door het zwaard des andere. Niet zodra lag de een verslagen in het gras, of schrik overmeesterde de moordenaar over zijn Kainsdaad, - en terwijl hij nederbuigt over het lichaam van de doode, drukt hij zich het zwaard door het hart, zodat hij kruislings over den ander heenvalt en den geest geeft. De wraak des Hemels rust op de plaats van dit vreeselijk bedrijf, en het onvruchtbare kruis in het gras, brengt de herinnering daarvan over aan het nageslacht."

Standbeelden

Zowel in Duitsland als in Nederland zijn, behalve poepekrúsen, ook standbeelden van hannekemaaiers te zien. In Duitsland is dat o.a. het geval in Uelsen, direct over de grens bij Hardenberg. In Nederland bevinden er zich twee in Friesland: een bronzen beeld in de tuin van het Frysk Lânbou Museum te Exmorra en een hardstenen kunst-werk in het centrum van Suwâld.

Namen

Daarnaast herinneren veel namen in het Nederlands landschap nog aan de hannekemaaiers.

Het perceel waarop de dode hannekemaaier bij Hurdegaryp is gevonden, heet nog altijd poepekamp. Het Zwartkruis herinnert aan de moord op de hannekemaaier aan de Harstewei.

Het perceel , waarop de dode hannakemaaier bij Hardegaryp is gevonden, heet nog altijd Poepekamp. Het Zwartkruis herinnert aan de moord op de hannekemaaier aan de Harstewei. Bij Bakkeveen vind je de Poepedobbe, waarin volgens de overlevering de hannekemaaiers zich op de terugweg wasten. Aan de Slachtedyk - bekend van de in het kader van Simmer 2000 gehouden marathon - staat bij Wommels: "It Poepedykhûs". Sint Jansklooster kent z'n Poepershoek. Een smalle steeg in Vollenhove staat bekend als Poepegang. In Hasselt vindt je de Poepestouwe, een binnenlandse waterkering waarover de hannekemaaiers liepen. Bij Moerbeek in Noord Holland tenslotte herinnert de naam Poepskade aan de hannekemaaiers. Volgens overlevering kwamen zij over de Zuiderzee naar Kolhorn en namen daar de boot naar Zijdewind. Halverwege was bij Moerbeek een losplaats, die poepskade werd genoemd, omdat hier de boeren van een 40-tal boerderij-en kwamen om de maaiers op te halen. Het kanaal is thans grotendeels verdwenen; alleen bij Moerbeek is nog een gedeelte aanwezig.

Tot slot

De trek van hannekemaaiers naar de Nederlandse grasgebieden bleef tot ongeveer het begin van de Eerste Wereldoorlog - 1914 - voortbestaan. De komst van kunstmest en het opbloeien van de industrie, onder meer van de scheepsbouw in het Duitse Papenburg, maakten dat de Duitsers van af het einde van de 19e eeuw dichter bij huis hun inkomen konden vergroten.

Copyright © 2006 Tjeerd de Jong

Kaartje Hannekemaaierspad


| Deel 1 | Deel 2 | Deel 3 | Deel 4 | Deel 5 | Deel 6 | Deel 7 | Deel 8 | Deel 9 | Deel 10 | Deel 11 | Deel 12 |


Bronnen:
"It Beaken", tijdschrift fan de Fryske Akademy, jiergong XLIX 1987, nr 4.
A. Eiynk e.a. "Werken over de grens" 350 jaar geld verdienen in het buitenland 1993.
"Hasselt Historael", jaargangen 1987 en 1999.
Ulbe van Houten "De sùnde fan Haitze Holwerda".
J.N. Leget, "Hollandgangerei", 1988.
Korn. Mulder, "Hannekemaaiers en kiepkerels", 1971.
Pieter Terpstra, "Tweeduizend jaar geschiedenis van Friesland".
Ryksargyf, Leeuwarden.
G. Vrielmann-Jacobs, "Pikmäier in Uelsen".
J.P. Wiersma, "Aldfaers Groun" {Bildfan in tiidrek, 1860-1940}, 1948.

De schrijver:
Tjeerd de Jong is de zoon van meester de Jong, die 3 jaar hoofd van de school was eind jaren '20, Tjeerd heeft later op het gemeentehuis in Sellingen gewerkt, is naar Emmeloord verhuist maar heeft altijd nog een bepaalde binding met Harpel, omdat pa daar zo graag woonde en werkte. Het boekje dat uitkwam ter gelegenheid van het 75 jarig bestaan van de school in 1995 is mede door Tjeerd geschreven.

© Harpel.nl - Sitemap - Disclaimer - Nonix